ZORGBELEID

Primaire doelen van ons zorgbeleid:

·         Leerkrachten ondersteunen in hun pedagogische en didactische taken.

·         Leerlingen ondersteunen op het gebied van leerproblemen en socio-emotioneel.

·         Ouders begeleiden en adviseren in het leertraject van hun kind.

·         Goede contacten onderhouden met externe hulpverleners en CLB.

·         Vernieuwingen doorvoeren op didactisch/pedagogisch niveau

·         Continuïteit opbouwen in ons zorgbeleid.

 

Voor het bereiken van deze doelen baseren we onze zorg op een dynamisch zorgcontinuüm . Hierin zijn 4 duidelijke fases te onderscheiden:

 

Brede basiszorg

Dit is het niveau waarop er vooral preventief gewerkt wordt door de klasleerkracht. Het team van de Libellenschool kiest er bewust voor om hier de meeste tijd, kennis, mankracht en energie in te steken. Het is onze diepe wens om zoveel mogelijk kinderen op dit niveau te helpen. Dit kan echter niet met ‘1 paar handen’ en het klassieke jaarklassensysteem. In die zin wijken wij hier ook af van het bovenstaande zorgcontinuüm.

Welke maatregelen nemen wij op niveau brede basiszorg?

   - Jaarklassensysteem doorbreken. Hiermee doorbreek je ook de ‘eilandcultuur’. Doordat leerkrachten mekaar
     ondersteunen in de klassen, bestuiven ze elkaar met hun kennis en vaardigheden.

   - Leerstof aanbieden op basis van sterke visies m.b.t. de leerstof: Voor wiskunde is dit Aerts & Deckers, voor
     taal werken wij met de Alfabetcode.

   - Leerkrachten ondersteunen elkaar in de klassen, maar ook ouders of vrijwilligers komen hiervoor in
     aanmerking. Weliswaar onder de deskundige leiding van het team. Op die manier zijn er ‘veel helpende
     handen’ aanwezig in de klas.

   - Doordat leerkrachten les geven aan kinderen op niveau van verschillende leerjaren, worden zij didactisch
     zeer sterk en is continuïteit in het lesgeven (uitleg) gegarandeerd.

   - Doordat kinderen verschillende jaren achter elkaar door dezelfde leerkrachten begeleid worden, lost het
     probleem van de nieuwe jaarlijkse beginsituatie zich vanzelf op. Alles loopt meestal gewoon door. De
     leerkracht en het kind kennen elkaar al goed.

   - Ieder kind volgt bij ons een individueel ontwikkelingsplan (IOP). Door te werken met een modulair systeem
     dat wordt afgehandeld op eigen tempo zonder de stress van toetsenperiodes, zijn kinderen meer ontspannen
     en kan het leerproces gemakkelijker stromen.

   - Door ook doorheen de hele lagere school dagelijks hoekenwerk aan te bieden, krijgen de kinderen meer
     ruimte om op een aangename en creatieve manier hun vaardigheden te ontwikkelen.

   - Door zoveel mogelijk te werken vanuit de nieuwsgierigheid en de wereld van de kinderen, wordt de
     leergierigheid vergroot.

   - Een positieve grondhouding van de leerkrachten dat steeds uitgaat van de kwaliteiten van de kinderen, komt
     het leerproces sterk ten goede.

   - Door te werken aan een ‘growth mindset’ bij de kinderen, wordt faalangst kleiner en ontstaat er meer ruimte
     voor ontspannen leerplezier.

   - Wekelijks is er een teamvergadering waarin de leerkrachten hun ervaringen met de leerlingen delen met
     elkaar. Hier kunnen ze elkaar adviezen geven. Ook de zorgleerkracht is hierbij aanwezig. Zij denkt mee en
     maakt verslag. Wij denken vooral oplossingsgericht: Wanneer loopt het goed? Hoe kunnen we meer van deze
     goede momenten creëren?

   - Leerkrachten scholen zich regelmatig bij. Hierbij maken we keuzes volgens interesse en talent van de
     leerkrachten, maar ook volgens de noden die zich stellen bij de kinderen.

   - Wij bieden dagelijks meditatie- en krachtoefeningen aan, waardoor kinderen hun levensenergie beter gaat
     stromen en denken én voelen meer in balans komt.

 

 

Verhoogde zorg

Wanneer bovenstaande maatregelen toch nog onvoldoende blijken te zijn om het kind succesvol te helpen, dan kan de leerkracht terecht bij de zorgleerkracht voor verhoogde basiszorg. Deze kijkt dan of er nog extra maatregelen mogelijk zijn om het kind te helpen met zijn problematiek. Ook de coördinator wordt in dit overleg betrokken. Samen kijken ze wat nodig is om het kind verder te brengen in zijn leerproces. Indien nodig zal de zorgleerkracht op sommige momenten individueel of in een klein groepje met de leerling werken, tot het probleem zich heeft opgelost. Het kan ook zijn dat er besloten wordt om bepaalde materialen aan te kopen om tegemoet te komen aan de noden van het kind.

 

Uitbreiding van zorg

Als het probleem zich blijft stellen, ondanks de expertise van team en zorgleerkracht, die maximaal worden ingezet, dan kan in gezamenlijk overleg besloten worden om de ouders te vragen het CLB in te schakelen. De ouders hebben zelf natuurlijk ook te allen tijde het recht om op eigen initiatief de hulp van het CLB in te roepen.
 

Contacten met het CLB verlopen als volgt:

   - De ouders nemen contact op met het CLB en stellen de hulpvraag

   - Het CLB neemt contact op met de school om te melden dat de ouders hun gecontacteerd hebben.

   - Het CLB, de ouders, de betrokken leerkracht(en), de zorgcoördinator en de coördinator komen samen voor
     een eerste verkennend gesprek. Het CLB neemt nota van de situatie en stelt een eigen stappenplan en/of
     onderzoek op. De leerkrachten werken hier desgewenst aan mee (adviezen uitproberen, vragenlijst invullen,
     …)

   - Het CLB bepaalt nu het vervolg van het proces. De school werkt hier ten volle aan mee.

 

Indien besloten wordt om externe hulp in te roepen van vb. logopedist, kinesist, psycholoog… verbinden de betrokken leerkrachten zich ertoe om hier een constructief contact mee op te bouwen. Communicatie kan persoonlijk verlopen, maar in de praktijk zal dit meestal gebeuren per e-mail. Al deze berichten worden geplaatst in het digitaal LVS. De zorgleerkracht ziet erop toe dat dit ook werkelijk gebeurt.

 

  

IAC

Als alle bovenstaande maatregelen onvoldoende blijken om het kind binnen ons systeem een succesvolle schoolloopbaan te laten doorlopen, dan kan een Individueel Aangepast Curriculum voorgesteld worden aan de ouders. Mits de ouders toestemming geven, wordt er dan een verslag Buitengewoon Onderwijs opgemaakt.

 

Hoe realiseren we onze doelstellingen:

1.     Leerkrachten ondersteunen in hun pedagogische en didactische taken.
 

   - Communiceren en informeren over de (begin)situatie van de leerlingen via het digitale LVS en in mondeling
     overleg. Bij overgang naar een volgende groeiklas wordt er steeds een overleg gepland tussen de
     leerkrachten van de verschillende groeiklassen. De zorgleerkracht maakt hier een verslag van op en plaatst
     dit in het digitaal LVS.

   - Het LVS up to date houden door het te beheren en op te volgen; dit in samenwerking met de leerkrachten.

   - De wekelijkse teamvergaderingen bijwonen over de leerlingen en hier een verslag van maken, zodat we altijd
     terug kunnen gaan kijken wat er al over deze leerling gezegd is geweest. Of we halen uit de veelheid van
     adviezen voor alle kinderen tools om deze leerling verder te helpen.

   - Verhoogde Zorgvragen moeten schriftelijk (via LVS) gemeld worden. Vervolgens wordt samen bekeken welke
     acties we best kunnen ondernemen als antwoord op deze vraag. Dit gebeurt steeds in overleg met de
     zorgcoördinator en de directie.

   - Vervolg: zie uitleg zorgcontinuüm

 

2.     Leerlingen ondersteunen op het gebied van leerproblemen en socio-emotioneel

 

   - Bij nieuwkomers in de lagere school helpt de zorgcoördinator de klastitularis met het bepalen van de

     beginsituatie van de leerling. Dit kan gebeuren a.d.h.v. individuele testen, maar ook op basis van observatie.

   - Zorgleerkracht en leerkracht(en) bepalen samen, en in overleg met het kind + ouders, in welke modules het

     kind best kan instappen.

   - Leerproblemen en socio-emotionele problemen proberen we verder zoveel mogelijk te voorkomen door al

     veel actieve ondersteuning te bieden in de brede basiszorg (fase 0). Preventief werken staat bij ons steeds

     centraal.

   - Daarnaast investeren wij bewust de nodige tijd aan het remediërend werken (fase 1). Dit kan zowel op

     groepsniveau als op individueel niveau gebeuren. De ervaring leert ons dat kinderen hier op adem kunnen

     komen, zich gewaardeerd voelen, sterker worden in hun leerproces en hun welbevinden meestal toeneemt.

     Externe hulpverlening wordt hierdoor ook tot het minimum herleid voor leerlingen en ouders. De

     remediërende aanpak is ook steeds conform de werkwijze van de school en hierdoor vaak effectiever.

     Het doel is steeds dat de leerlingen zo snel mogelijk kunnen doorgroeien in hun module. Op dat ogenblik

     wordt de remediëring stopgezet. Remediëring zal vooral geboden worden bij nieuwe instromers, die grote

     hiaten hebben in de leerstof.

   - Op socio-emotioneel gebied is, naast de klastitularis,  de zorgcoördinator ook een vertrouwenspersoon voor
     de leerlingen. Bij ernstige conflicten bemiddelt zij tussen de leerlingen of tussen de leerkracht en de leerling.
     Als de leerling nood heeft aan een gesprek, kan deze altijd terecht bij de zorgcoördinator (dit kan op eigen

     initiatief of vanuit een bezorgdheid van een ouder of leerkracht)

   - Als de leerproblemen of socio-emotionele problemen echter aanhouden, nemen we de volgende stap in het
     zorgcontinuüm en stappen we over naar fase 2. Slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen wordt er overgegaan
     tot een IAC. In deze gevallen kan ook het O-team worden ingeschakeld voor ondersteuning op de werkvloer.

 

3.     Ouders begeleiden en adviseren in het leertraject van hun kind

   - Ouders weten dat ze bij een zorgvraag steeds terecht kunnen bij de zorgcoördinator. Dit wordt jaarlijks
     gecommuniceerd via Smartschool naar de ouders en ze worden hierover in september geïnformeerd op de
     infoavond.

   - Luisteren naar de bezorgdheden en de ervaringen van de ouders.

   - Individuele oudercontacten organiseren of bijwonen in klasverband.

   - Ouders informeren over de problematiek van het kind en de bezorgdheid van de leerkrachten.

   - Ouders adviseren over de mogelijke oplossingen en eventueel de weg naar de juiste hulpverlening tonen.

   - Ouders worden mee betrokken in ons verhaal van ‘leren leren’ op school, zodat zij hun kinderen hier kunnen
     in ondersteunen.

   - Bij onze schoolverlaters wordt er, in samenwerking met het CLB, een info-avond gegeven over het secundair
     onderwijs.

   - Eind maart of begin april is er voor de schoolverlaters ook steeds een individueel oudercontact om het vervolg
     van de schoolloopbaan van de kinderen te bespreken. Wij doen dit rond deze periode omdat de
     opendeurdagen in de middelbare scholen nu beginnen. Wij geven als school ons advies, maar ouders blijven
     natuurlijk altijd vrij om hun eigen keuze te maken. Bij twijfel kunnen er nog vervolggesprekken gebeuren
     hierover.

   - De Libel organiseert kijk- of stagedagen in andere middelbare scholen, zodat de leerlingen een duidelijker
     beeld krijgen van de verschillende scholen in de buurt en hier ook voeling mee krijgen. Dit kan helpen om
     bewuster te kiezen.

 

4.     Goede contacten onderhouden met externe hulpverleners

   - In de Libellenschool is het steeds de zorgcoördinator of de coördinator die de contacten legt met de CLB-
    medewerkers.

   - 3 x per jaar wordt er een algemeen MDO gehouden tussen CLB-medewerker, de zorgcoördinator en de
     coördinator. De leerkrachten geven aan welke leerlingen hier besproken moeten worden.

   - Op ieder moment van het jaar kunnen leerlingen aangemeld worden bij het CLB. Dit kan rechtstreeks door de
     ouders gebeuren of op advies van de school. De ouders worden hierover geïnformeerd op de infoavond in
     september. Het telefoonnummer van het CLB vinden de ouders op de website van de school. Indien de 
     school ervan op de hoogte is dat een ouder het CLB gaat contacteren, geven we dit door aan het CLB  en
     geven we informatie over het probleem via smartschool. De ankerpersonen van het CLB krijgen toegang tot
     ons digitale LVS.

   - Bij een MDO over een individuele leerling zijn altijd meerdere partijen betrokken: leerkracht, ouders,
     zorgcoördinator, coördinator en eventueel nog andere externe hulpverleners.

   - Leerkracht en externe hulpverleners communiceren liefst via e-mail, maar er kan ook geopteerd worden voor
     een heen- en weerschriftje. Deze e-mails worden bewaard in het LVS.

  

5.     Vernieuwingen doorvoeren op didactisch/pedagogisch niveau

 

In de Libellenschool bepaalt het team gezamenlijk welke vernieuwingen nodig en/of wenselijk zijn. De zorgcoördinator is de persoon die deze vernieuwing vervolgens opvolgt en begeleidt. Dit in samenwerking met de coördinator.

 

 6.     Continuïteit opbouwen in ons zorgbeleid.

 

De Libellenschool kiest voor een vaste zorgcoördinator, die bereid is om zich hiervoor bij te scholen, zodat zij/hij optimale zorg kan bieden aan alle betrokken partijen. 

Contact

  • Facebook Social Icon
  • Pinterest - Black Circle

Innnoverend onderwijs

Email: info@delibellenschool.be

TEL: 011 49 45 30

vzw de Libel

Sooi Willemsplein 3

3910 Neerpelt 

Anouk Nijs